Blog van de Binnenkamer

Piekeren

Ken je dit? Je besluit om eens op tijd je bed in te gaan. Je hebt drukke dagen gehad en je lag er steeds net iets te laat in – je kunt dus wel wat extra rust gebruiken. Zodra je je bed in stapt, val je in slaap. Maar je slaapt een beetje onrustig, met veel woelen en dromen. Om een uur of vier word je wakker. En in plaats van je nog eens lekker om te draaien, ploppen er allerlei onderwerpen op in je hoofd waar je nú over na lijkt te moeten denken. Je ligt te piekeren! Dag nachtrust…

Niet positief
Piekeren, malen of tobben. De één heeft er meer last van dan de ander, maar we kennen het allemaal wel. Niet alleen ’s nachts, het kan ook heel goed overdag. Piekeren is een soort nadenken over moeilijke dingen. Alleen is er een belangrijk verschil tussen nadenken en piekeren. Nadenken leidt tot een oplossing, een mening of een plan. Piekeren leidt tot: niets! Althans, niet tot iets positiefs. Piekeren leidt tot zorgen, spanningen en machteloosheid. Hoe zit dit?

Een feestje
Stel, je organiseert een verjaardagsfeestje. Dat betekent dat je moet nadenken over zaken als: wie nodig ik uit, wanneer geef ik het feest en welke boodschappen moet ik doen. Nadenken hierover zal leiden tot een plan en vervolgens tot uitvoering. Ga je piekeren over je feestje, dan gaat het waarschijnlijk over zaken als: vinden ze het wel leuk als ik een feestje geef? Ziet mijn huis er wel mooi genoeg uit? Wat als ik per ongeluk te weinig drank heb gehaald?

Piekeren werkt averechts
Er is geen concreet antwoord op die piekervragen te geven. Sterker nog, het zoeken naar antwoorden levert waarschijnlijk vooral nieuwe vragen op. Je raakt verstrikt in een gedachtencirkel of een neerwaartse spiraal. Dat veroorzaakt onzekerheid. Je slaapt minder. Vermoeidheid maakt het vermogen tot relativeren niet beter, je raakt gespannen. En dat zorgt weer voor meer getob! Meestal probeer je door te piekeren ergens controle over te krijgen, maar in werkelijkheid werkt het dus juist averechts.

Een onderliggend probleem
Als je goed kijkt naar de piekervragen in bovenstaand voorbeeld, dan zul je opmerken dat er eigenlijk een meer basale aanname achter schuil gaat. In dit geval: als ik het niet perfect regel, vinden ze mij niet goed genoeg. Ga maar na: als je overtuigd bent van je eigenwaarde, dan hoef je je toch niet druk te maken of je huis wel mooi versierd is? Dan voel je aan: het zou leuk zijn als het er allemaal top uitziet, maar het is geen halszaak want ze vinden me toch wel leuk. Als je je gepieker onder de loep legt, zul je behalve een basale aanname ook vaak denkfouten tegen komen. Bijvoorbeeld zwart-wit redeneren: iedereen moet mijn feestje leuk vinden, anders is het mislukt.

Oefening baart kunst
Gelukkig is er wel iets aan te doen. Dit is natuurlijk een eenvoudig voorbeeld en de ene situatie is de andere niet. Als je al jarenlang gewend bent om veel te piekeren, is het niet gemakkelijk om het anders te doen. Maar met de juiste begeleiding kun je een heel eind komen! Het begint bij onderscheid leren maken tussen constructieve gedachten en piekergedachten. Daar zijn oefeningen voor. Er zijn ook mooie oefeningen waarbij je leert om met een andere blik naar je gepieker te kijken. Er zijn methoden om  je zelfvertrouwen te vergroten. En dan zijn er ook nog manieren waarop je kunt zorgen dat de piekergedachten om vier uur ’s nachts niet de overhand krijgen. Zodat je tenminste écht baat hebt bij een keertje vroeg naar bed gaan.